Als kameleon over straat? Of liever als jezelf?

Meermaals per jaar komt er van elk modehuis een nieuwe collectie uit. En die collecties hebben weer invloed op wat er voor de “gewone mens” in de winkel komt te hangen. Dit afwisselen van collecties gaat jaar in jaar uit door en heeft tot gevolg dat er een enorme overvloed is aan kleding die niet gedragen wordt, een enorme berg kleding die weggegooid wordt zonder dat het versleten is en dat allemaal terwijl de kledingindustrie in de top 3 staat van meest vervuilende industrieën ter wereld.

Dat mensen mooie kleding willen dragen, dat begrijp ik wel. Maar dat ze daarmee elk jaar een volledig nieuwe garderobe aanschaffen lijkt me een teken dat er ergens iets niet helemaal goed gaat. Want waarom zou je de behoefte hebben om zo vaak nieuwe kleding te kopen? Is dat omdat je de behoefte hebt om mee te doen met dat wat anderen doen? Wil je als een kameleon opgaan in je omgeving? Of komt het omdat al die kleren net niet passen bij wie je bent?

Hoe zou het zijn om op zoek te gaan naar de kleding die perfect past bij wie je bent? Kleding die zo mooi is dat je er geen afstand van wilt doen? Kleding die zo lekker zit dat je er niet over denkt om het weg te doen voordat het versleten is? Zou dat ervoor zorgen dat de behoefte om voortijdig van garderobe te wisselen weg valt?

Wat denk jij?

Waarom laten we ons hiertoe verleiden?

Mijn voornemen om mijn eigen garderobe te ontwerpen en te maken maakt het een en ander bij me los. Als eerste het verlangen om terug te stappen in de creatieve mindset van 30 jaar geleden, om weer zelf te creëren. Daarnaast ook om me daartoe te laten inspireren door grote namen uit de modewereld. En dus kijk ik op Youtube enkele modeshows.

Tot mijn verbazing (maar hoe kan het ook anders) kijk ik heel anders dan toen en doet het ook iets heel anders met me dan het toen deed. De vormen, de materialen, ze inspireren niet echt. Ze hebben eerder tot gevolg dat ik een volledig andere kant op wil bewegen met dat wat ik wil creëren.

De zin van ontwerpen die ondraagbaar zijn ontgaat me. Het is alsof sommige modeontwerpers meer en meer los staan van het werkelijke leven. Mooi natuurlijk, als je op de mode academie zit. Dan kun je daarmee laten zien dat je los van de bestaande concepten weet te creëren. De open blik die daarvoor nodig is, is ook nodig als iets echt nieuws en van jezelf wilt kunnen ontwerpen. Maar het zou toch kleding moeten blijven nietwaar?

De gedachte gaat door mijn hoofd dat ik het wel wat weg vind hebben van Koyaanisqatsi:

In plaats van de mens en zijn of haar vormen als uitgangspunt te nemen en dat in harmonie te doen met alles wat er om ons heen is en leeft, lijken sommige ontwerpers zelfs haast vergeten te zijn dat de kleding om een mensenlichaam moet passen om zelfs maar over de catwalk gedragen te kunnen worden.

Wat bezield mensen als ze kleding ontwerpen die los staat van de functie die ze eigenlijk heeft? Of zou de vraag moeten zijn… wat heeft mensen ontzield, dat ze dat doen?

En dan volgt het besef dat deze vragen eigenlijk niet over andere modeontwerpers gaan, maar over mezelf. Wat vind ik essentieel bij het ontwerpen en maken van kleding, zodat die uitstraalt dat zowel de maker, als de kleding als de dragen volledig besef hebben van wie ze zijn en waar ze onderdeel van uitmaken? Wat zou me het gevoel kunnen geven dat de kleding van mijn hand wél bezield is? Wat moet ik daarvoor doen? En wat moet ik ervoor laten?

De droom die maar niet wil verdwijnen

30 jaar geleden was ik een jonge meid. En als ik huiswerk moest maken, schoof ik steevast mijn werk aan de kant. Dat zou ik de volgende dag wel in de bus doen, op weg naar school, of nog even snel tussendoor in de pauze. Ik had wel belangrijker dingen aan mijn hoofd!

Ik wist 100% zeker wat ik na de Havo wilde gaan doen, welke vervolgopleiding ik zou kiezen, en hoe mijn leven er verder zou gaan uitzien. En om me daarop voor te bereiden keek ik elke zondag de modeshows op de BBC, nam ik elk ontwerp in me op en schetste ik vervolgens (onder huiswerktijd) mijn eigen ideeën op papier.

Want daar lag mijn toekomst: op de catwalk. Niet als model, nee, de modellen zouden ontwerpen van mijn hand dragen. En net als bij de grote shows zou ook in mijn show het laatste model het meest fantastische ontwerp dragen: de trouwjurk, de kroon op mijn werk.

Soms lopen dingen anders dan je wil, of verwacht, of denkt. En vaak gaat het net even iets anders dan hoe je droomde. En misschien wel nog vaker gaat het compleet anders. Dat laatste was ook bij mij zo.

Toch bleef één ding hetzelfde: de droom.

Of…

Nee, eigenlijk is zelfs die veranderd.

Het ontwerpen doe ik nog steeds, soms, en weer steeds meer.

Maar in 30 jaar tijd blijft niets hetzelfde. De wereld om me heen is veranderd. En ikzelf ben wellicht nog meer veranderd.

Ik kan me mijn favoriete blouse nog herinneren, van zwarte viscose. Een stofje van de markt. Ondertussen weet ik dat stofjes van de markt de hele wereld over gegaan zijn, zoals de meeste kleren dat doen. Dat deze stofjes zorgen voor dingen die ik niet wil meehelpen veroorzaken:

(Wil je de video niet kijken, kijk dan in elk geval even goed naar de afbeelding om het effect te zien van de mode-industrie op de natuur)

Die wetenschap heeft een enorm gevolg gehad voor de manier waarop ik naar kleding in het algemeen en naar mode in het bijzonder kijk. Jarenlang had het tot gevolg dat ik liever koos voor iets uit een tweedehandswinkel dan voor iets nieuws.

En nu, na jaren in “andermans kleren” gelopen te hebben, kriebelt het meer dan ooit.

Niet alleen heb ik de wens om weer nieuwe kleding te gaan dragen, mijn wens is vooral om weer kleding te hebben die echt bij me past. Op alle mogelijke manier. Dat betekent dat ik wil gaan onderzoeken wat ik kan doen om mijn impact op het milieu op het gebied van kleding te minimaliseren. Zónder daarvoor concessies te doen op het gebied van schoonheid, stijl en comfort.

Daarom heb ik me voorgenomen om al mijn kleding niet alleen te gaan ontwerpen, en niet alleen zelf te gaan maken, ik wil ze gaan maken van materialen waarvan ik weet waar ze vandaan komen. Geen stofjes van de markt, maar grondstoffen van het land. Plantvezels die ik ofwel zelf verbouwd heb, of waarvan ik gezien heb waar ze groeiden. Wol van schapen die ik op zijn minst heb geaaid.

Ik ben benieuwd waar dit me allemaal brengt.

Jij ook?

Dan nodig ik je uit om me op dit blog of via fb te volgen.