Paspop op maat gezocht

Bij het maken van een collectie werk je normaal gesproken met een paspop die een standaard maat heeft. Zo kan de kleding door elk model gedragen worden bij een modeshow.

Omdat ik kleding ga maken vanaf de grondstoffen, gaat er veel meer werk in een kledingstuk zitten dan wanneer je stoffen aanschaft. Mijn eerste (en wie weet enige) collectie wordt daarom mijn eigen garderobe. En daarvoor is het handig als ik een paspop op maat heb, precies naar mijn eigen maten.

Terwijl ik wol was, kaard, spin en weef zal ik daarom tegelijkertijd ook werken aan een paspop op maat. Want een paspop werkt bij het uitproberen van bijvoorbeeld draperen wel heel erg fijn. Ook het combineren van verschillende materialen, werkvormen en kleuren tot een geheel wordt eenvoudiger als je dat van een kleine afstand en “objectief” kunt bekijken.

Dat betekent dat ik een torso zal maken naar mijn eigen maten, waarschijnlijk van een stevige linnen stof, gevuld met wol.

De droom die maar niet wil verdwijnen

30 jaar geleden was ik een jonge meid. En als ik huiswerk moest maken, schoof ik steevast mijn werk aan de kant. Dat zou ik de volgende dag wel in de bus doen, op weg naar school, of nog even snel tussendoor in de pauze. Ik had wel belangrijker dingen aan mijn hoofd!

Ik wist 100% zeker wat ik na de Havo wilde gaan doen, welke vervolgopleiding ik zou kiezen, en hoe mijn leven er verder zou gaan uitzien. En om me daarop voor te bereiden keek ik elke zondag de modeshows op de BBC, nam ik elk ontwerp in me op en schetste ik vervolgens (onder huiswerktijd) mijn eigen ideeën op papier.

Want daar lag mijn toekomst: op de catwalk. Niet als model, nee, de modellen zouden ontwerpen van mijn hand dragen. En net als bij de grote shows zou ook in mijn show het laatste model het meest fantastische ontwerp dragen: de trouwjurk, de kroon op mijn werk.

Soms lopen dingen anders dan je wil, of verwacht, of denkt. En vaak gaat het net even iets anders dan hoe je droomde. En misschien wel nog vaker gaat het compleet anders. Dat laatste was ook bij mij zo.

Toch bleef één ding hetzelfde: de droom.

Of…

Nee, eigenlijk is zelfs die veranderd.

Het ontwerpen doe ik nog steeds, soms, en weer steeds meer.

Maar in 30 jaar tijd blijft niets hetzelfde. De wereld om me heen is veranderd. En ikzelf ben wellicht nog meer veranderd.

Ik kan me mijn favoriete blouse nog herinneren, van zwarte viscose. Een stofje van de markt. Ondertussen weet ik dat stofjes van de markt de hele wereld over gegaan zijn, zoals de meeste kleren dat doen. Dat deze stofjes zorgen voor dingen die ik niet wil meehelpen veroorzaken:

(Wil je de video niet kijken, kijk dan in elk geval even goed naar de afbeelding om het effect te zien van de mode-industrie op de natuur)

Die wetenschap heeft een enorm gevolg gehad voor de manier waarop ik naar kleding in het algemeen en naar mode in het bijzonder kijk. Jarenlang had het tot gevolg dat ik liever koos voor iets uit een tweedehandswinkel dan voor iets nieuws.

En nu, na jaren in “andermans kleren” gelopen te hebben, kriebelt het meer dan ooit.

Niet alleen heb ik de wens om weer nieuwe kleding te gaan dragen, mijn wens is vooral om weer kleding te hebben die echt bij me past. Op alle mogelijke manier. Dat betekent dat ik wil gaan onderzoeken wat ik kan doen om mijn impact op het milieu op het gebied van kleding te minimaliseren. Zónder daarvoor concessies te doen op het gebied van schoonheid, stijl en comfort.

Daarom heb ik me voorgenomen om al mijn kleding niet alleen te gaan ontwerpen, en niet alleen zelf te gaan maken, ik wil ze gaan maken van materialen waarvan ik weet waar ze vandaan komen. Geen stofjes van de markt, maar grondstoffen van het land. Plantvezels die ik ofwel zelf verbouwd heb, of waarvan ik gezien heb waar ze groeiden. Wol van schapen die ik op zijn minst heb geaaid.

Ik ben benieuwd waar dit me allemaal brengt.

Jij ook?

Dan nodig ik je uit om me op dit blog of via fb te volgen.