De antroposofische weekspreuken in een nieuw jasje

De spreuken zijn een middel om jezelf echt te leren kennen

Meer dan een eeuw geleden schreef Rudolf Steiner een hele reeks weekspreuken. Voor elke week van het jaar schreef hij er één. De spreuken zijn bedoeld om de wisselingen van de seizoenen in jezelf mee te beleven. Volgens Steiner zorgt dit ervoor dat de ziel van de mens zichzelf als het ware gaat herkennen. Door dat zichzelf leren kennen wordt ze zich er gewaar van dat de krachten die in de natuur werkzaam zijn, ook in de mens zelf werkzaam zijn.

Het gevolg is dat je merkt dat niet alleen diezelfde krachten in jou werken, maar dat je je ook verbonden voelt met de natuur. Daardoor ontstaat een besef dat je onderdeel bent van een groter geheel, dat jouw leven een weliswaar klein maar ook onmisbaar radertje is in alles wat er in het leven op aarde gebeurt.

Verwondering, eerbied en oervertrouwen

Het besef dat je een onderdeel bent van het grote geheel roept verwondering en eerbied op, voor het leven en de schepping als geheel. Daarnaast kan er door die beleving een diep geworteld oervertrouwen ontwikkelen.

Om echt contact te kunnen maken met het spirituele aspect van het leven is het ook nodig om goed verbonden te zijn met je lichaam en met de fysieke wereld om je heen. Anders bestaat de kans dat het een vluchtige en zweverige vorm van spiritualiteit wordt, die de verbinding met de aarde en het echte leven mist.

Als mens zijn we creërende wezens

Het gevolg van die vluchtige spiritualiteit is dat het bij dromen en denken blijft en dan impulsen die vanuit de ziel ontstaan geen handen en voeten krijgen. Ze worden niet uitgevoerd of soms zelfs niet eens opgemerkt.

De creatie die ons mensen tot mens maakt, ontbreekt dan. We benutten ons potentieel niet en het leven geeft niet echt vervulling. We doen onszelf op die manier tekort. Je zou zelfs kunnen stellen dat we daardoor onze rol in het geheel niet vervullen, waardoor we ook niet bijdragen aan de ontwikkeling van de aarde, iets wat eigenlijk het doel van ons leven is.

In een tijd waarin veel van ons vooral in ons hoofd actief zijn, is de kans groot dat de verbinding met het echte fysieke leven zo klein is, dat het mee creëren en volledig mens-zijn niet tot volle bloei komt.

Zien, aanraken en voelen van de natuur helpen om de band met de fysieke wereld te herstellen

Om de band met het fysieke te versterken of zelfs te herstellen, besloot ik om een eigen vertaling te maken van de antroposofische weekspreuken. Bij die vertaling heb ik gepoogd om de spreuken in een tastbaardere vorm te gieten. Door zoveel mogelijk woorden te kiezen van dingen die je kunt zien, kunt aanraken en kunt voelen. Hiermee hoop ik de spreuken toegankelijker te maken voor een groter publiek. En ik hoop dat ik zo een bijdrage kan leveren aan het herstellen van de band tussen mens en aarde.

Leven met het ritme van het jaar als leidraad is verrijkend. Het geeft je nieuwe inzichten en reikt je daardoor nieuwe ideeën en inspiratie aan, die op hun beurt tot nieuwe kansen leiden.

De verschillende weekspreuken vind je via de links hieronder. De spreuken beginnen bij week 22, dat is vanaf 1 september.

Weekspreuk week 22 1 t/m 7 september

Weekspreuk week 23 8 t/m 14 september

Weekspreuk week 24

Weekspreuk week 25

Weekspreuk week 26

Weekspreuk week 27

Weekspreuk week 28

Weekspreuk week 29

Weekspreuk week 30

Weekspreuk week 31